dinsdag 30 juni 2015

Tour voor Dummy's (dank ad)

Wie het hardst kan fietsen heeft gewonnen? Was het maar zo simpel. De Tour de France is een ingewikkeld spel. Sowieso is als eerste over de laatste finish gaan, geen garantie op de winst. Over een week begint het wielrencircus. Dit is wat u moet weten om te snappen waar iedereen het nou de hele tijd over heeft.

Waar het op neerkomt: de Ronde van Frankrijk, is de beroemdste wielerwedstrijd ter wereld. Hij begint dit jaar op 4 juli in Utrecht en eindigt op 26 juli in Parijs. Dan hebben de wielrenners 3360 kilometer gereden. Er zijn 21 etappes; 21 dagen waarop een stuk gereden wordt. De meeste etappes zijn tussen de 170 en 200 kilometer lang. De langste etappe is dit jaar 223,5 kilometer, de kortste die in Utrecht: 13,8 kilometer.
Ploegleider Nico Verhoeven © ANP.
De ene ploeg maakt duidelijke keuzes in de taakverdeling onder de renners, de andere laat het op zijn beloop
Blogger Niels Roelen van Wielerclub De Volharding uit Utrecht
Meedoen aan de Tour is niet voor iedereen weggelegd. Om mee te mogen fietsen, moet een fietser onder contract staan van een wielerploeg. Een van die ploegen is het Nederlandse Team Lotto-Jumbo, met ploegleider Nico Verhoeven. Hij bepaalt welke negen renners er naar de Tour mogen. Welke teams er meedoen is bepaald door de organisatie van de Tour, op basis van punten die gedurende het wielerseizoen gehaald zijn. Los daarvan worden er nog een paar zogeheten 'wildcards' weggegeven. Daarmee heeft de Tourdirectie de macht om het verloop van de Tour enigszins te beïnvloeden.

Amateurwielrenner, liefhebber en blogger over de Tour Niels Roelen van Wielerclub De Volharding uit Utrecht legt uit: ,,Sommige ploegen zijn aanvallend, andere wat minder. De ene ploeg maakt duidelijke keuzes in de taakverdeling onder de renners, de andere laat het op zijn beloop. Door een bepaald team te kiezen, kan de ASO een beetje koers maken. Het helpt voor zo'n wildcard trouwens wel als je toevallig een Franse ploeg bent.''
De ploegen die deelnemen aan de Tour, dat zijn er tweeëntwintig, leveren elk negen renners. Die renners zijn er in alle soorten en maten. Dat wil zeggen; hun fysiek is over het algemeen hetzelfde: een relatief mager bovenlijf op bonkige benen; maar er zijn tijdrijders en bergbeklimmers, sprinters en klassementsrijders. De sprinter kan vlammen; op volle kracht vooruit, maar dan moet het niet al te lang duren. In elke etappe zit uiteraard een eindsprint, maar ook een tussensprint. Die herkent u aan de bogen over de weg. Dat is geen gezellige versiering, maar het teken voor de sprinters in de Tour om tot de volgende boog alles te geven.

In de eerste etappe is geen tussensprint, maar in de tweede etappe, van Utrecht naar Neeltje Jans, is de tussensprint in Rotterdam. ,,Sprinters zijn lefgozertjes,'' typeert Roelen. ,,Er komt ook altijd wat spektakel bij kijken. Ze moeten bij een eindsprint vanuit een grote groep de laatste tweehonderd meter als een idioot naar voren. Dan breken er weleens vechtpartijen uit; duwen, trekken, een kopstoot.''

Voorts zijn er nog de bergspecialisten. Het schijnt een vak apart te zijn om tegen een berg op te fietsen. Hoe goed getraind alle wielrenners die meedoen aan de Tour ook zijn, ze kunnen lang niet allemaal goed klimmen. De klassementsrijder gaat voor de winst. Over het algemeen is hij een tijdrijder; een wielrenner die lang op een hoog tempo kan fietsen
Sprinters zijn lefgozertjes
Blogger Niels Roelen
Robert Gesink is een van de kopmannen in de Nederlandse ploeg Team Lotte-Jumbo © ANP.
Zoals eerder gezegd, de meeste ploegen bepalen van tevoren wat de rolverdeling is. Zo heeft Team Lotto-Jumbo al bepaald dat Robert Gesink en Wilco Kelderman de kopmannen zijn. Zij moeten het podium op, als het aan de ploegleiding ligt. Een wielerploeg kent ook knechten: dat zijn (bijna) net zulke goede renners, maar met een andere rol. Zij fietsen voorop en leggen het tempo hoog, zodat niemand uit het peloton kan ontsnappen bijvoorbeeld, om later de kopman het klusje af te laten maken en het podium te laten beklimmen. Of ze zakken af naar de begeleidende auto om eten of drinken te halen, of zorgen ervoor dat de kopman naar een mooie positie in het peloton geloodst wordt.
De winnaar krijgt trouwens niet één gele trui maar wel twintig. Met korte mouwen, met lange, met een regenjas en ook nog een paar om uit te delen, het is een heel kledingpakket
Blogger Niels Roelen
Marcel Kittel verslaat Alexander Kristoff (M) en Andre Greipel (R) en viert het winnen van de laatste etappe in de Tour de France van 2014 © ANP.
En dan komt die finish in zicht en volgt een hele parade aan winnaars. Dat klopt, er valt veel te winnen. Niet in de laatste plaats geld; de winnaar kan 450.000 euro mee naar huis nemen. En een zoen van een mooie rondemiss, een handje van de plaatselijke burgemeester en zijn gewicht in camembert of een doos champagne. Waar het allemaal om draait, is de gele trui. Na elke etappe krijgt degene die op dat moment bovenaan staat in het klassement, een gele trui om de schouders. Bovenaan in het klassement kom je door het snelst te fietsen.

Wie na de finish in Parijs bovenaan staat; dus wie de hele afstand van de Tour, alle etappes bij elkaar opgeteld, het snelst afgelegd heeft, is de winnaar. Dat hoeft dus niet per se degene te zijn die feitelijk als eerste over de finish komt in Parijs. Hij kan in eerdere etappes al zoveel voorsprong hebben opgebouwd, dat de laatste etappe geen kwaad meer kan.

,,De winnaar krijgt trouwens niet één gele trui maar wel twintig,'' zegt Roelen. ,,Met korte mouwen, met lange, met een regenjas en ook nog een paar om uit te delen, het is een heel kledingpakket.''

Behalve de gele trui is er ook nog de bolletjestrui: wit met rode stippen. Die is voor degene die de meeste punten heeft verzameld in de bergetappes. Elke klim is door de organisatie gecategoriseerd; de vierde categorie is fluitend naar boven, de eerste categorie bijna niet op te komen.

De 'buitencategorie' spreekt voor zich; de Alpe d'Huez op 1834 meter is er zo een. De renners die het eerst boven op de berg zijn, krijgen punten; hoe moeilijker de berg, hoe meer punten. Wie er aan het eind het meest heeft, krijgt de trui. Voor sprinters is er de groene trui; ook zij sprokkelen punten in de tussen- en eindsprints. In elke etappe wordt de tijd gemeten. De snelsten krijgen punten. De witte trui is voor de beste jonge renner.
De beste wint lang niet altijd, de slimste wel
Schrijfster Monique Huijdink
© epa.
De eindeloze analyses, lofzangen en verslagen op radio en tv en in de kranten en de bladen doen vermoeden dat je nogal beslagen ten ijs moet komen om de lol van de Tour in te zien. U kent nu feitelijk de regels. Die zijn niet heel ingewikkeld. Wat het ingewikkeld maakt, is het spel. Monique Huijdink schreef twee boeken over wielrennen en neemt al jaren drie weken vrij om tijdens de hele Tour aan de buis gekluisterd te zitten. ,,Het is een ploegenspel, een kwestie van tactiek. Het is prachtig om te zien hoe vaak ze vals spelen, welke trucjes er gebruikt worden. De beste wint lang niet altijd, de slimste wel.''

Om dat in te kunnen zien, is volgens Huijdink wel wat geduld en toewijding nodig. ,,Als je het begrijpt, is het veel leuker om ernaar te kijken. Dat is niet heel moeilijk. Zet eens de tv aan tijdens de Tour. Die commentatoren moeten urenlang doorpraten, dus die leggen heel veel uit. Je hoeft niet eens echt voor de tv te gaan zitten, als je het maar hoort.

Wat haar het meest raakt, is de romantiek van de sport. ,,Die grote rondes zijn de zwaarste wedstrijden die er bestaan. Wat die mannen doen, is onvoorstelbaar zwaar en heldhaftig. De ene dag kan een wielrenner nog een eenvoudige boerenjongen uit Bretagne zijn, de volgende dag kan hij een etappe winnen. Niets is wat het lijkt, want wie vandaag de winnaar is, kan morgen uit de Tour liggen. En die prachtige beelden, alleen daarom al is het de moeite waard om te kijken.''
Voor Roelen zijn de tragiek en het heldendom de reden om de komende weken alles van de Tour te willen weten. ,,Het is een heroïsche sport. In tegenstelling tot een voetballer die al omvalt als je naar hem blaast, zal een wielrenner die valt opstaan en naar zijn fiets kijken. Als die het doet, gaat hij door. Er zijn metaforen met de klassieke mythologie, met goden die proberen te pesten en goden die helpen, maar ook met het leven. Je ziet een renner soms sterven op een berg, de frustratie als het niet lukt.''

Geen opmerkingen:

Een reactie posten